03 juni 2016, Ouagadougou

3-6-2016

Burkina Faso – Zegt een minister tegen een melkproducent: "Hoe gaat het bij u?"

Verandering van programma. Normaal gezien zouden we een veehouderij bezoeken. Maar Ibrahim Diallo, de voorzitter van de UMPL-B (Nationale Unie van minimelkerijen en melkproducenten van Burkina Faso) heeft een ontmoeting kunnen regelen met de minister van Dierlijke Hulpbronnen, Koutou Somanogo.

De minister viel meteen met de deur in huis en vroeg mij: “hoe gaat het bij u?”

Meteen antwoordde ik hem: “Niet goed.” En dan had ik het niet over de vermoeidheid door de reis, maar over de situatie van de kleine boeren. De zaken waren dus scherpgesteld van bij het begin.

Nu ik tegenover een minister zat die het meer heeft over ‘aanmoedigen’ dan over ‘ondersteunen’, wilde ik weten of hij van plan was de financiering voor de uitrusting van minimelkerijen in zijn land te ondersteunen. Ik onthoud dat er geen gebrek is aan politieke wil, maar wel aan middelen. De minister zei ook dat er kredieten beschikbaar zijn voor landbouwers, zij het tegen een interest van 14%. Je kan ze even goed een strop om de nek hangen.

Eén vraag blijft echter door mijn hoofd spoken. Wat gebeurt er met de enorme bedragen aan financiële steun die naar Afrika versluisd worden? Waarom belandt een klein deel daarvan niet bij de minimelkerijen? Net als ik betreurt de minister dat de Europese delegaties in de duurste hotels logeren, dat er steeds meer terreinwagens gekocht worden … Allemaal geld dat nooit de projecten ter plaatse bereikt. Daarom vraagt hij om de actoren op het terrein bij elk project te betrekken.

Nog een belangrijk punt: ik hoor vaak het argument – ook bij de ngo’s – dat we in de eerste plaats moeten inzetten op beleidsbeïnvloeding. Maar wanneer het moment gekomen is om structuren te financieren zodat ze correct kunnen functioneren, blijft er niet veel geld meer over. Ibrahim vertelde me dat een Duitse ngo hem naar Duitsland had uitgenodigd om gedurende twee weken lang aan beleidsbeïnvloeding te doen ten gunste van de boeren in het Noorden. Wanneer hij op zijn beurt om financiële steun vroeg voor de Burkinese minimelkerijen, kreeg hij geen cent. In mijn ogen is dat geen correcte relatie.

Met het project Fairefaso werken we rechtstreeks met de lokale landbouwers. Voorrang verlenen aan productie en verkoop heeft ons trouwens nooit belet om ook aan beleidsbeïnvloeding te doen. Het bewijs hiervan hebben we vanmorgen nog geleverd, toen we meer dan een half uur gesproken hebben met de minister.

Ik keer terug met een mooie indruk en de trots dat Fairebel partner is van Fairefaso. Misschien zet de lokale melksector binnenkort wel andere ontwikkelingsprojecten op in de buurlanden … In afwachting daarvan dank ik iedereen die ons steunt, en vooral Tineke Dhaese, de fotografe van Oxfam-Solidariteit. Ik dank ook iedereen die vijf dagen lang mijn blog gevolgd heeft.

Voor onze ontmoeting met de Europarlementariërs op 20 juni heb ik me bij een straatverkoper in Ouagadougou een chique vest aangeschaft … voor 10 euro. Ik zal aan mijn Burkinese collega’s denken wanneer ik het draag.

Erwin